Nieuwe wethouders kunnen aan de slag: coalitieakkoord aangenomen door gemeenteraad

Gepubliceerd op 26 juni 2026 om 17:23

Het coalitieakkoord van Pro, D66 en STIP werd woensdagavond 24 juni goedgekeurd door de gemeenteraad. Ook de nieuwe ploeg van zes wethouders is goedgekeurd door de raad. Dat ondanks de nodige kritiek: de gehele oppositie was tegen het toevoegen van een zesde wethouder.

 

Tijdens de gemeenteraadsvergadering van woensdagavond stond CDA’er Frank Visser er al bij stil: “De verkiezingsperiode komt nu ten einde.” Met de vergadering waarin het coalitieakkoord werd vastgesteld én de nieuwe wethouders werden goedgekeurd, is het nieuwe stadsbestuur definitief gevormd.

 

Geen twijfel, wel ergernis
Vooraf was al wel duidelijk dat de nieuwe wethouders met het akkoord aan de slag zouden kunnen. De samenwerkende partijen Pro, D66 en STIP hebben met 21 zetels namelijk een comfortabele meerderheid in de 39-koppige gemeenteraad van Delft.

 

Dat neemt niet weg dat er vanuit de oppositie stevige kritiek was. Verschillende partijen vragen zich af waarom er zes wethouders nodig zijn, terwijl de ploeg voorheen vijf koppen telde. Dan ergeren verschillende partijen zich er ook nog aan dat één van deze wethouders, Hélène Oppatja (Pro) in Rijswijk woont en blijft wonen.

 

Schietschijf voor oppositie
Met name de PVV ging met gestrekt been in tegen het plan om een Rijswijkse wethouder in Delft te laten besturen. De partij diende een motie van afkeuring in vanwege dit plan, op een motie van wantrouwen na het zwaarste politieke middel om je ongenoegen te uiten. Deze motie werd weggestemd door de meerderheid van de raad.

 

Dat betekent niet dat andere partijen in de oppositie blij waren met de keuzes van Pro, D66 en STIP. Oppatja was, zonder nog een woord gezegd te hebben in de gemeenteraad, al meermaals een schietschijf voor oppositieleden.

 

Op de fiets naar stadhuis
Ook woensdagavond was een van de meest gestelde vragen aan de nieuwe coalitie: “Waarom een wethouder die niet in Delft wil wonen?” Marcel de Jong van Hart voor Delft zegt verbijsterd te zijn dat deze keuze wordt gemaakt. Hij wijst erop dat de Gemeentewet niet zo is bedoeld: “Een wethouder hoort in de stad te wonen, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn.” De reden die is gegeven dat Oppatja niet verhuist, is dat haar thuiswonende dochter gemeenteraadslid is in Rijswijk en daardoor niet kan verhuizen. Wat De Jong betreft is dat niet genoeg: “Dit is spugen op de rechtsstaat.”

 

In reactie op de veel herhaalde kritiek, wezen de coalitiepartijen er steevast op dat Oppatja een goede bestuurder is die noemenswaardige kwaliteiten meeneemt én ook niet zó ver woont. “Ze komt immers op de fiets naar het stadhuis”, zei D66’er Brendan Analikwu.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.